Eifel

Achteraanzicht van de werf van Binzenbach. Blik in de vergadering Eifel. Op de voorgrond het huis van Bodenbach. Binnenplaats van Scheuerheck Huis van Rohren Huis van Straßfeld Een kapel van Schützendorf Het huis van Kessenich Zagerij uit Niederweis, aangedreven door waterkracht.

De Eifel op de linkeroever van de Rijn tussen Aken en de Moezel vormt het Rijnlandse deel van de Ardennen. Zo divers als de Eifel is, zo verschillend zien ook de dorpen met hun gebouwen er uit. Terwijl in het zuiden in de richting van Trier de huizen traditioneel uit steen opgetrokken waren, voornamelijk uit rode zandsteen en hardsteen, domineerde in het noorden de vakwerkbouw. Pas vanaf de industrialisatie in het midden van de 19de eeuw werd er meer en meer met baksteen gebouwd. Het is dit noordelijke Eifelgebied dat in ons museum voorgesteld wordt.


Boerderij- en nederzettingsvormen

Landelijke nederzettingen bepalen het beeld van de Eifel. Grote gesloten straten- en kerndorpen zijn vooral te vinden in het Eifelvoorland en in de al vroeg bewoonde randgebieden van de Eifel.

Imposante boerderijen zijn kenmerkend voor de Nederrijnlandse Bocht die ten noorden en ten noordoosten van de Eifel ligt. Vruchtbare gronden en grote akkerlanden bepalen het beeld van het landschap. De “arme” Eifel daarentegen ligt in het middengebergte. De gronden waren arm en de percelen klein. Zelfs hard werken leverde maar een kleine opbrengst op. Omwille van de schrale grond moest akkerland steeds weer braak liggen.

Ten gevolge van de bevolkingstoename ontstonden uit de boerderijen, waarvan de gebouwen los en onregelmatig verspreid lagen over grote en omheinde percelen, regionaal onderscheiden hoevetypes.

In het noorden komen vooral rechthoekige en vierkantboerderijen voor terwijl in het zuiden de langgevelboerderijen eerder de boventoon voeren.

In de Hoge Venen daarentegen ontstond met het woonstalhuis een bijzonder type, met het woongedeelte, stalling en schuur alle onder één dak.